Spring naar content

Veelgestelde vragen

De Nederlandse montessorischolen hebben een grote behoefte aan slimme ondersteuning van het kernproces in de klas. 

Het gaat hierbij om het op een gebruikersvriendelijke wijze bijhouden van observaties, het maken van een planning per kind en uiteindelijk het registreren en rapporteren van de ontwikkeling van de kinderen.

Cfolio is de meest gebruiksvriendelijke app speciaal voor het Montessori onderwijs
Het ondersteunt op unieke wijze het formatief evalueren in de klas.

Het product is gebaseerd op het lusmodel. Dit lusmodel heeft een directe relatie met het Taxonomiemodel van Bloom. In Cfolio vertalen we dit naar interventies die op de planning van het kind terug komen.

Cfolio is een product gericht op de ontwikkeling van leerlingen. Op deze pagina is te lezen hoe het product werkt.

Informatie over de kosten en het aanvragen van het product verwijzen wij u door naar de volgende pagina: Prijzen & Aanvragen.

Scholen gebruiken een kind- en onderwijsvolgsysteem om de vorderingen in de kennis en vaardigheden van het niveau van het kind, de groep en de school in kaart te brengen.

Leerlingadministratiesystemen (LAS), zoals bijvoorbeeld ParnasSys, focussen zich meer op het weergeven van de ontwikkeling en minder op het proces dat leidt tot deze ontwikkeling. Daarom kunnen deze systemen eerder worden gezien als administratiesystemen en minder als kindvolgsystemen.

Het bijhouden van de ontwikkeling en vorderingen in de kennis en vaardigheden van het kind, de groep en de school.

Observeren maakt deel uit van het pedagogisch-didactisch kernproces. Goed observeren vormt steeds de basis van het plannen van vervolgacties, zogenaamde interventies. Hierop kan een instructie volgen, een doelgerichte observatie volgen, een evaluatie volgen (vragen stellen en/of feedback geven), een verandering in de leeromgeving aangebracht worden of er kan gewoonweg gewacht worden.

Vooral in de midden- en bovenbouw werken kinderen meer in kleine groepen. Het is ook belangrijk om de ontwikkeling van het individu in deze setting te volgen.

In ons kindvolgsysteem worden alle gemaakte signaleringen en geplande en voltooide interventies per kind, per groep en per ontwikkelingsgebied bijgehouden. Dit vindt plaats rondom het pedagogisch-didactisch kernproces. Bovendien wordt er een duidelijk overzicht bijgehouden van de ontwikkelingen van een kind per ontwikkelingsgebied, waarbij de leerinhouden gekoppeld zijn aan de verschillende niveaus van de wetenschappelijk bewezen modellen van de hernieuwde Taxanomie van Bloom (cognitie), Krathwohl (affectie) en Dave (motoriek).

Een interventie volgt altijd op een signalering. Op basis van een signalering kan besloten worden om te wachten, doelgericht te observeren, instructie te geven, te evalueren (vragen stellen en/of feedback geven) en veranderingen aan te brengen in de voorbereide (leer)omgeving.

Een interventie heeft tot doel om het kind steeds in kleine of soms zelfs grote stapjes verder te helpen in zijn ontwikkeling.